|
| Op de vroege zondagmorgen staar ik naar buiten en mij schiet Jacques Bloem's versregel 'De dag is onbeschrijflijk goor' (uit het gedicht 'Nieuwjaar' te vinden in de bundel 'Enkele gedichten') door het hoofd. De dag sluit goed aan bij het katterige gevoel dat resteert na de 3- 5 nederlaag tegen Aartswoud 2. Ergerlijk is ook dat juist Thomas en ik de twee zwakste spelers te bestrijden kregen, terwijl bijna alle andere schakers van En Passant qua rating de onderliggende partij waren; de tactische opstelling van Aartswoud heeft buitengewoon effectief gewerkt. In feite werd de doodklap aan bord 3 en 4 gegeven met de nederlagen van Joop en Kees.
|
| Er valt hun weinig te verwijten: Erik van Tooren en Peter Roskam zijn twee sterke spelers die je niet even zomaar van het bord schuift. Niet dat ik vind dat zij sterker zouden zijn dan Joop en Kees, want daar geloof ik niks van, maar het dubbele verlies op genoemde borden laat de score in positieve zin doorslaan naar de kant van Aartswoud.
|
| Voor hetzelfde geld had echter Kees gewonnen - hij stond echt uitstekend - en ook Joop's nederlaag valt toch wel onder de categorie domme pech. Ik had wel een flink bedrag willen zetten op een weddenschap waarin gesteld werd dat Joop en Kees niet zouden verliezen. Maar het is niet anders, het is een nare nederlaag.
|
| Allereerst wil ik Co een klein beetje excuses aanbieden voor mijn geïrriteerde reactie op zijn snelle nederlaag. Let wel: een klein beetje. Ik had echt geen idee van de sterkte van zijn tegenstander - Jan Stapel 1801 - die hij kreeg te bestrijden. Ik bedoel maar te zeggen dat hij waarschijnlijk bij rustiger spel tenslotte ook zou hebben verloren.
|
| Toevallig stond ik net even bij zijn bord te kijken toen hij veel en veel te snel, zonder enig nadenken, Dc7 speelde, waarvan ik me rot schrok omdat die zet domweg openlijk een pion kostte, for all the world to see!!
|
| Toen al ging onmiddellijk de gedachte door mij heen dat Co beter zal functioneren in de viertallencompetitie. Want ondanks alle mooie beloften vooraf, blijft hij volharden in zijn snelle spel, zet ieder keer in die Siciliaan van hem de stukken op precies dezelfde velden neer, zonder ook maar te kijken waar zijn tegenstander zijn legers plaatst. Het is van een ongekende eigenwijsheid, die wel duidelijk maakt dat de eerste klasse NHSB echt te hoog gegrepen is voor Co.
|
| Toen hij mij dan ook nog drie minuten later kwam vertellen (ik zat gewoon achter mijn bord) dat hij had opgegeven omdat hij zijn dame ging verliezen - ik dacht nog steeds dat hij een pion kwijt zou raken!- reageerde ik dan ook met een kwaadaardig: 'Nu ben ben ik er verdomme ook wel klaar mee, je speelt in het vervolg maar in het viertal als tenminste de captain je daarbij wil hebben' of woorden van die strekking. Mijn excuses betreffen dan ook mijn boze reactie, maar als je na amper een half uur al met lege handen staat, dan is toch hopelijk wel begrijpelijk dat ik als captain op zoek ga naar een alternatief. Waarvan akte.
|
| We stonden dus al met 0-1 achter terwijl we nog amper begonnen waren.
|
| Jaap de Wijk(1663) had zich tegen de sterke Jasper Seelemijer (1873) danig in de nesten gewerkt nadat hij met de zwarte stukken een soort Benoni-opstelling op het bord had gebracht en daarbij Seelemijers dreigende doorbraak in het centrum min of meer had genegeerd. Toevallig heb ik in mijn leven met de zwarte stukken honderden Benoni-partijen gespeeld (vluggertjes op chess.com; ik probeer altijd een Benoni-partij te krijgen tegen 1 d4) en ik moest dus met lede ogen toezien hoe Seelemijer van Jaap de kans kreeg geheel volgens de strategische lijnen in deze opening de veelal dodelijke centrumdoorbraak e4-e5 te spelen. En dat deed ie dan ook. Jaap probeerde nog wat te intimideren met een dame-uitval naar h4 ten koste van een kwaliteit op d8, maar Seelemijer liet zich niet gek maken en maakte korte metten met de foutieve partijopzet van De Wijk. 0-2 dus.
|
| Jon van Dorsten (1389) kreeg een stevig pak op zijn falie van Paul Grolman (1845). Al in de opening ging het mis en Grolman kaapte met een venijnige damezet niet alleen een kwaliteit weg van Jon, maar liet hem ook zitten met een vrijwel onspeelbare positie. Jon probeerde nog wel wat tegendreigingen te scheppen, maar de geroutineerde Grolman pareerde alles probleemloos en verzilverde snel zijn voordeel . Tja, wat valt ervan te zeggen? In eerdere schrijfsels heb ik al duidelijk gemaakt dat ik denk dat Jon zich kan ontwikkelen tot een goede schaker. Dat vraagt enige tijd en de leerschool is hard, zeker in de eerste klasse als je aan het achtste bord zomaar een tegenstander kunt krijgen van 1800+. Mijn advies is: door blijven vechten, Jon! Stand 0-3.
|
| Zelf nam ik het aan het tweede bord op tegen een jonge speler uit het Aartswoudse team. Hij heeft nog een lage rating maar doet het volgens zijn clubgenoten uitstekend in de interne competitie van Aartswoud en staat bij de bovenste tien, zo hoorde achteraf. Toen ik zag dat Thomas en ik allebei het tegen een jong ventje op moesten nemen dacht ik wel 'kijk, kijk, Aartswoud laat zijn jonge honden op ons los' maar ik had geen flauw idee van hun speelkracht of rating. De jongeman, Rowan Louter geheten, schotelde mij het zelden gespeelde Jänisch-gambiet voor. In de grootmeesterpraktijk staat dit gambiet in een kwade reuk, maar een paar niveautjes lager is het tactisch misschien nog niet zo'n kwaaie keuze.
|
| Nu kijk ik nooit een openingenboek meer in, maar ik kende natuurlijk wel het oordeel van de schaaktheorie over genoemd gambiet en als iemand mij belaagt met zo'n soort opening is mijn eerste gedachte: ik ga deze partij winnen. Vaak is het doen van nuchtere, krachtige ontwikkelingszetten voldoende om een goede stelling te krijgen. En zo ging het dan ook. Ik kwam met voordeel uit de opening, hield de stelling flink onder druk en duwde het jonge kanon langzaam richting de afgrond. Hij wilde niet erg, want in totaal verloren stand bleef hij maar doorspelen. Stand 1-3.
|
| Toine Molenaar probeerde met de witte stukken gezien zijn openingskeuze 1.Pf3 Thomas Richter met positionele middelen te verschalken. Zijn partijopzet was niet slecht en de spelers gingen een ongeveer gelijkstaand middenspel in. Maar in die fase kwam het diepere schaakinzicht van Thomas spoedig bovendrijven. Molenaar werd meer en meer de verdediging ingedrongen om tenslotte overrompeld te worden door de Texelse schaakjournalist. Stand: 2-3
|
| In de drie partijen die nog niet beslist waren werd hevig gevochten. Kees de Best zette met de witte stukken een frisse koningsaanval op tegen Peter Roskam en toen hij rond de twintigste zet een stuk offerde gloorde de zege voor de voormalige Texelse kampioen. Ergens is in de aanval een kink in de kabel geslopen - ik ving in de wandelgangen op dat Kees om te winnen ook nog een kwaliteit op g7 had moeten offeren - want de aanval sloeg niet door en Roskam zag kans af te wikkelen naar een gelijkstaand eindspel. Daarin liet Kees zich de kaas van het brood eten. Dat noem ik opmerkelijk, want doorgaans speelt hij het eindspel zeer goed, maar in deze partij ontglipten hem enkele zwakke voortzettingen. Op instructieve, technisch gave wijze voerde Roskam vervolgens het resterende eindspel van koning,paard en pion tegen koning en loper tot winst. Stand 4-2
|
| Nu moest Joop water uit de rotsen slaan: er van uitgaande dat Dick zou winnen, moest hij een minder staand eindspel winnen om nog tot vier vier te komen, een vrijwel onmogelijke opgave. Er valt Joop weinig te verwijten; hij probeerde van alles om de strijd gaande te houden en dat ook nog in nijpende tijdnood, maar Van Tooren hield het hoofd koel, verbeterde gaandeweg zijn positie door een vrijpion te creëren en weerde al Joop's pogingen de stelling binnen te dringen netjes af. Misschien waren er enkele momenten dat Joop sterker had kunnen spelen en misschien dan nog een uiterst benauwde remise had kunnen halen, maar ook dat was niet genoeg geweest voor het team. Plotseling verzeilde Joop in een koningsaanval waarin hij pardoes werd mat gezet. Stand: 2-5
|
| Dick van Barneveld (1780) behandelde het eindspel dat hij tegen Lucas Boots (1789) moest zien te winnen met hartverwarmende nauwkeurigheid. Door het sterke loperpaar van Boots leek de partij, waarin Dick een kwaliteit meer had, moeilijk te winnen. Maar onze rolstoelkampioen liet zich van zijn beste kant zien door zijn materiële voordeel beetje bij beetje uit te bouwen. Toen Dick tenslotte zijn laatste troef op tafel gooide en met de opmars van zijn koningsvleugelpionnen begon, brak de weerstand van Boots en bereikte Dick een gewonnen positie.
|
| | En Passant | - | Aartswoud 2 | 3 - 5 |
| 1 - | Thomas Richter | - | Toine Molenaar | 1 - 0 |
| 2 - | Jaap Dros | - | Rowan Louter | 1 - 0 |
| 3 - | Joop Rommets | - | Erik van Tooren | 0 - 1 |
| 4 - | Kees de Best | - | Peter Roskam | 0 - 1 |
| 5 - | Jaap de Wijk | - | Jasper Seelemeijer | 0 - 1 |
| 6 - | Dick van Barneveld | - | Lukas Boots | 1 - 0 |
| 7 - | Co van Heerwaarden | - | Jan Stapel | 0 - 1 |
| 8 - | Jon van Dorsten | - | Paul Grolman | 0 - 1 |
|