|
De 11e maart speelde het bondsachttal van En Passant tegen De Waagtoren 4 in het Alkmaarse etablissement 't Gulden Vlies, een café dat zijn hele bovenverdieping bezet ziet door de schakers van de Waagtoren, een grote schaakclub met een kleine honderdvijftig leden. Tegelijk met onze match speelden ook de tientallen van De Waagtoren 1 en 2 een wedstrijd tegen respectievelijk Oegstgeest '80 in de tweede klasse KNSB en Eggert Purmerend 2 in de Promotieklasse.
|
|
Dat betekende dus dat er zo'n zestig schakers schouder aan schouder zaten te spelen in een ruimte van ik denk nog geen honderdtachtig vierkante meter, dus nog geen drie m2 per persoon en dat alles in vredige harmonie en grote rust!
|
|
Een verbazend fenomeen, al die op elkaar gepropte schakers, dat krachtig de spot drijft met de biologische wet die vertelt dat de vreedzame co-existentie verloren gaat wanneer dieren te dicht op elkaar gezet worden. Er ontstaat dan als vanzelf een onderlinge agressieve stemming - men denke aan de bio-industrie waar de beklagenswaardige wezens die daarin gedwongen leven soms via kannibalisme zich wanhopig naar meer leefruimte trachten te vreten.
|
|
Maar van enige vijandigheid is op zo'n bijeenkomst geen sprake. Integendeel: het is een vrolijk tafereel van hartelijk weerzien van oude tegenstanders en het handen schudden en het verheugd uitdelen van schouderkloppen is niet van de lucht. Het overgrote deel van de schakers is al aardig op leeftijd en draait al vele decennia mee in het regionale schaakgebeuren zodat in de loop der jaren een soort vriendschap en vertrouwdheid is ontstaan tussen al die spelers die elkaar de nodige keren tijdens de matches in de provinciale competitie hebben getroffen.
|
|
Zo werd ik na binnenkomst hartelijk begroet door Egbert van Oene, waar ik wel tegen gespeeld heb, een zeer sympathieke, aan het schaken verstokte zeventiger, die later op de dag tot schade van En Passant een fraaie aanvalspartij speelde tegen Gert Both, die daardoor voor het eerst sinds lange tijd weer eens een nul moest incasseren.
|
|
Ook trof ik daar tot mijn genoegen Alex Albrecht, voorzitter van De Waagtoren - voorzitters onder elkaar, zeg maar - met wie ik, nu de kans zich voordeed, onmiddellijk afsprak weer eens een avondje te snelschaken als hij van de zomer op Texel is. Hij speelde met de zwarte stukken tegen Joop Rommets, die een klein openingsoverwicht deskundig uitbouwde tot een voordelig toreneindspel, dat hij gedecideerd naar zich toetrok.
|
|
Het deed me ook goed daar mijn oude vriend Hébert Perez Garcia te ontmoeten - hij was nog deelnemer aan het eerste Vittali-toernooi (ik boekte op hem mijn enige zege in dat voor mij mislukte toernooi), die aan het eerste bord speelt van De Waagtoren 2 en in krachtige stijl een punt voor zijn team scoorde. Ik sprak met hem af in het voorjaar hem te bezoeken - hij woont in Julianadorp - voor een middagje snelschaken.
|
|
En zo trof ik nog een aantal bekenden, waaronder ook wedstrijdleider Aart Strik, die nu hij wat ouder wordt een steeds strengere uitstraling lijkt te krijgen. In zijn sombere kledij en met zijn wat bleke huidskleur en kale schedel komt hij een beetje over als een artikel 31 gereformeerde kerkganger, maar dat is slechts de eerste waarneming: met grote vriendelijkheid en bewonderenswaardig geduld maant hij steeds de schakers, die hun partij hebben beëindigd en zich even moeten ontladen, zachtjes en vriendelijk tot stilte.
|
|
Ook de met ons meegereisde, enthousiaste reporter Co van Heerwaarden, die van nature een hoop lawaai creëert als hij zich vermaakt, werd door Aart verschillende malen, en toch steeds even beschaafd, tot de orde geroepen. Dat was ook wel nodig, want toen de matchzege van En Passant steeds duidelijker contouren kreeg en met de overwinning van Kees de Best op Wim Nieland een feit werd, was Co amper te stuiten en bruiste hij van vreugde.
|
|
De vreugde bij Co is compleet als Gerard Postma na gelijke opgaande strijd tegen Johan Plooijer in een toreneindspel belandt, dat Plooijer zodanig mishandelt dat Gerard tenslotte nog wint. Co moet verschillende keren door de geduldige wedstrijdleider in zijn euforie getemperd worden.
|
|
Men leze zijn verslag op de En Passant-website.
|
|
Een goede filmer met een scherp oog zou een schitterende documentaire kunnen maken over zo'n schaakmiddag in het Gulden Vlies. In die beperkte ruimte is het een voortdurend ijsberen van schakers die een rondje gaan om zich even los te weken van de problemen op het bord of even gaan kijken hoe het de teamgenoten vergaat.
|
|
Hij kan dan de camera richten op onze eigen Thomas Richter, die zijn hoofd tussen beide handen vasthoudt - als om het niet te verliezen - en die tijdens dat denken soms hoorbaar kreunt en steunt van inspannende hersenactiviteit. In deze match kwam hij tot remise tegen Ruud Adema, waartoe de heren besloten toen er een volkomen gelijkwaardig paardeneindspel met enige pionnen op het bord resteerde.
|
|
En dan richt de filmer de lens op de kleine gestalte van Thomas' buurman, de Texelse Irakees Mohamed Al Rawy. Mohamed, evenals Thomas oud-kampioen van Texel, maakt vol zelfvertrouwen korte metten zijn tegenstander Ruud Nieuwenhuis, die zeeën van tijd gebruikt om de zetten van Mohamed te neutraliseren. Dat lukt niet. Mohamed, die nauwelijks tijd verbruikt, overrompelt de Alkmaarder met positionele middelen. Als eerste laat Mohamed een punt voor En Passant bijschrijven. Lachend - met een tìkkeltje verholen superioriteit - verwijdert hij zich van het bord, de felicitaties van zijn teamgenoten in ontvangst nemend.
|
|
Schakers hebben een neus voor naderende ontknopingen: niet lang daarna drommen zich een stuk of tien, twaalf spelers rond mijn eigen bord voor de finale van mijn treffen met Leonard Haakman. Na een aanvankelijk gelijk opgaande strijd ontvalt mij een slordigheid die me een pion kost en me met een verloren stelling opscheept. De arme Haakman zit echter in gillende tijdnood: hij mist de winst, ik win mijn pion terug, hij biedt een paar keer remise aan, maar ik weiger en Haakman, duidelijk geen snelschaker, laat een pion instaan, wordt naar achteren gedreven en gaat ten slotte nog ten onder. Hoofdschuddend verwijderen de omstanders zich van ons bord.
|
|
Wat een wereld in de speelzaal: al die vreemde, wat oudere mannen, de meesten een beetje sjofel, vijftig tinten grijs in hun kleren (alleen in hun kleren, hè), niet zelden met een buikje - veel schakers beperken zich wat betreft sport tot hersengymnastiek - de zorgelijke gezichten bij de spelers die slecht staan, de euforie op de gelaten van de schakers die hebben gewonnen, de lijdzame berusting van de zuchten slakende, hoofdschuddende verliezers, de tot rust manende wedstrijdleider, het gewicht dat de schakers aan hun partijen geven, maar die strikt genomen eigenlijk bijna nergens om gaan, al die mannen die in die zaal wat langs elkaar heen schuifelen, wéér es een rondje doen, voor elkaar ruimte maken om te passeren, zich naar hun bord haasten, en dat allemaal in de stilte die er heerst, hoewel voelbaar de spanning van al die partijen door de zaal zweeft, dat alles is een humoristisch exposé van de 'Homo Ludens' - de spelende mens - voor degene die er oog voor heeft.
|
|
Er waren trouwens ook twee vrouwelijke schakers actief. Nog steeds is het aantal vrouwen dat een beetje serieus met het spel bezig is naar verhouding zeer gering. Natuurlijk zijn er tegenwoordig wel vrouwelijke grootmeesters die zeer sterk spelen, maar qua populatie op de clubs is het aantal vrouwen verbluffend klein.
|
|
Er is veel over geschreven waarom vrouwen zich niet met schaken bezig houden. Hein Donner zei eerst dat ze er te dom voor waren, maar dat was natuurlijk vooral een pesterijtje richting de dames. Later zei hij dat ze veel te verstandig waren om zich met zoiets triviaals als het schaken bezig te houden. Dat lag waarschijnlijk al dichter bij de waarheid, maar op de terugweg van Alkmaar richting Texel zat ik samen met Jaap de Wijk in de auto wat na te praten over het gebeuren en toen kreeg ik het waarschijnlijk enig juiste antwoord op deze brandende kwestie: toen we het over het vrouwenschaak hadden en de stilte die standaard in een speelzaal heerst, zei Jaap: 'Daarom schaken ze natuurlijk niet: ze mogen te lang niet praten'. Ik had die verrassende opvatting nog nooit gehoord maar het lijkt mij een zeer plausibel argument.
|
|
Het obscure gambiet waarmee Jaap in de match David Baanstra probeerde te verschalken liep trouwens uit op een mislukking: hij krijgt zijn pion niet terug en komt in het nadeel en geeft op als zijn stelling ineenstort en er beslissend materiaal verloren gaat.
|
|
Het aantal vrouwen dat men in de speelzaal ziet is dus gering. Af en toe komt er een dame binnen die dan wat vertwijfeld rondkijkt zo van 'wat is dìt hier?' tot ineens haar gezicht opklaart omdat ze haar man of vriend ziet zitten die haar enigszins afwezig vriendelijk toeknikt en verder met lichaamstaal zegt: nu even niet, ik ben bezig. Na een paar minuten nog wat verbouwereerd rondgekeken te hebben begeeft ze zich stilletjes en onopvallend richting de uitgang.
|
|
Er is ook nog een mooie rol in het geheel voor het pittige Aziatische serveerstertje dat in haar kokette, lichtblauwe jurkje consumpties rond brengt en de ijsberende schakers in die kleine ruimte vriendelijk maar dwingend aan de kant schuift. 'Je hebt het maar druk met al die rare schakende mannen', zei ik tegen haar toen ik wat bestelde. 'Valt mee, hoor', zei ze, 'ze zijn lekker rustig'. Een mooie dame, daar houden schakers wel van!
|
|
(Eindstand: De Waagtoren 4 - En Passant: 2,5 - 5,5)
|