En Passant
2018/2019
 
Agenda
Clubnieuws
Andere jaren
 
Stand
Uitslagen/persoon
Uitslagen/speeldag
Wedstrijdentabel
 
NHSB 1e klasse A
NHSB viertallen A
Externe competitie
Bekerwedstrijden
 
Artikeltjes
Partijen
Historisch: EPPIE
 
Wedstrijdschema's
Login
 
Privacy Statement
2018-12-08
En Passant verrassend winnaar in zinderende match tegen Aartswoud
 
2018-12-08
Het Achtste Wereldwonder
 
2018-12-29
RINUS VITTALI toernooi
 
2018-11-24
Blindschaak of Sinterklaas?
 
2018-11-22
Thomas
 
2018-11-17
Nipte nederlaag voor schakers En Passant
 
2018-11-17
Thomas' Glorieuze Afscheid
 
2018-11-10
Half ei beter dan lege dop
 
2018-10-20
NHSB 1A: Castricum – En Passant
 
2018-09-30
En Passant speelt eerste wedstrijd gelijk
 
2018-09-29
Eerste klap een daalder waard
 
2018-09-25
Historische uitgaven clubblad En Passant
 
2018-09-22
40e Chrysantentoernooi (2)
 
2018-09-22
40e Chrysantentoernooi (1)
 
2018-09-14
I am the greatest!
 
2018-08-18
Bosboom wint op Texel
Thomas
22-11-2018 - Jaap Dros
Maandagmiddag leverde Frans Eijgenraam onze clubgenoot Thomas Richter af bij de Texelse boot van vier uur. Thomas liet na een kleine 20 jaar het eiland achter zich en ging via Schiphol op weg naar München om daar in een nieuwe baan bij het Max Planck Instituut een nieuw bestaan op te bouwen. Een paar jaar geleden werd zijn baan bij het NIOZ afgebouwd en werd hij langzaam maar zeker bij het onderzoekscentrum weggesaneerd; geen onderzoeksgelden, koerswijzigingen en dat soort zaken waren de redenen om een streep te zetten door Thomas’ bestaan op Texel.

We hopen met zijn allen dat hij in München zijn draai zal vinden, zich bij een gezellige èn goede schaakclub zal aansluiten en zich bij een mooie club van hardlopers zal voegen. Ik vind het nog een hele opdracht voor een 50-plusser om een nieuw leven op te bouwen in een ander land, in een flatje vierhoog in een grote stad. Maar Thomas had niet veel keus: op het eiland was het voor hem onmogelijk als academicus – Thomas is gepromoveerd geoloog – een nieuwe baan te vinden en om op je eenenvijftigste de rest van je bestaan wat in de marge te opereren is natuurlijk ook geen optie. Derhalve is het mooi dat hij onderdak heeft kunnen vinden bij het Max Planck Instituut, een grote, overkoepelende organisatie waarbij vele natuurkundige onderzoeksbedrijven, zowel in Duitsland als daarbuiten, zijn aangesloten. Thomas krijgt daar een prima baan en ik denk dat hij daar best zal kunnen gedijen.

Voor onze schaakclub is zijn vertrek een groot verlies, want hij was onbetwist één van onze beste schakers. Zo veroverde hij bijvoorbeeld het Texels kampioenschap in 2004 en 2011, zodat hij in ieder geval verzekerd is van een plaats in de eilandelijke schaakgeschiedenis. Maar daarnaast heeft hij veel voor En Passant gedaan en dan denk ik vooral aan de analyses die hij van onze bondswedstrijdpartijen maakte. Dat kostte hem veel tijd, maar Thomas zat nu eenmaal graag in zijn eentje tot laat in de nacht te analyseren met behulp van het Stockfish-programma. Op de clubavonden wijdde hij dan uit over zijn bevindingen en kregen we te zien hoe het eigenlijk had gemoeten. Ik had veel waardering voor de manier waarop hij dat aan ons presenteerde. In de tijd dat hij zonder werk zat en op zoek was naar een baan, was hij ook actief als schaakjournalist, maar de revenuen die dat hem opleverden waren natuurlijk uiterst marginaal.

Ik heb hem werkelijk in zijn element gezien tijdens de Tata-toernooien, waar hij als verslaggever voor een Duitse schaaksite rondliep en met de wereldtoppers kon spreken over hun partijen. Met de perskaart op zijn colbert gingen voor hem bij Tata deuren open die voor de gewone toeschouwer gesloten blijven en Thomas genoot daar zichtbaar van.

Hoewel hij bij En Passant lange tijd mijn grootste rivaal was, hebben we altijd goed met elkaar op kunnen schieten en we zijn in de loop der jaren goede vrienden geworden. Ik zal hem dan ook missen, niet alleen als puntenleverancier in de bondswedstrijden, en ook niet alleen als directe tegenstander in de interne competitie, maar gewoon als vriend met wie ik graag van gedachten wisselde over alles wat met schaken te maken heeft.

Qua speelstijl waren we een soort tegenpolen: Thomas was altijd op zoek naar de ultieme waarheid van de stelling en naar de objectief beste zet; hij schakelde daarvoor allerlei analyseprogramma’s in en nam mijn benadering van het spel eigenlijk amper serieus: ik was een gokker, ik speelde op ‘trucjes’ zoals hij dat een beetje minachtend noemde, ik was alleen maar een verwoede snelschaker, die het niet ging om de objectieve waarheid, maar om de loer die ik de tegenstander altijd probeer te draaien. En dat soort standpunten. Daar kon ik best mee leven trouwens, want zo is het eigenlijk ook. En als ik dat dan bevestigde schudde hij vol onbegrip zijn getergde hoofd: zoveel lichtzinnigheid was voor hem niet te bevatten. Toch heb ik hem vaak verslagen – hij mij trouwens ook – en hoewel Thomas zijn benadering van het spel veel academischer was, heb ik toch nooit het gevoel gehad dat hij de beste van ons twee zou zijn. Maar misschien was hij dat uiteindelijk wel. Hij heeft in ieder geval een stuk meer aan de schaakstudie gedaan.

In de praktijk liep hij soms op tegen de beperkingen van het menselijk handelen; hij wilde wel als een machine schaken, maar ontkwam toch ook niet aan de vergissingen, de fouten en zelfs niet de blunders. En dan zei ik altijd maar tot troost dat het goed is om af en toe te verliezen, dat dat louterend werkt en dat wie schaakt, mat moet verwachten, maar zo voelde Thomas het niet. Toen hij een keer aangeslagen was door een nederlaag en ik hem zei: kom op, jongen, je krijgt een biertje van me, het is maar een potje schaak etc. antwoordde hij: ‘Ik mag niet falen van mezelf’. Gelukkig was hij desondanks altijd wel te porren voor dat biertje en aan de bar trok hij ook snel weer bij, maar hij liet dan met zo’n antwoord even zien hoe hij ‘er in staat’. Vandaar dat het verlies van een partij hem ook altijd zo aangrijpt.

Hij is misschien ook meer geschikt om te analyseren dan om wedstrijden te schaken al kon hij dat toch niet laten. Secondant zou een mooie baan voor hem geweest zijn: de stellingen diepgravend onderzoeken en vrij zijn van de spanningen van een partij. Gelukkig voor hem èn En Passant won hij toch meestal zijn partij, omdat hij simpelweg een prima schaker is.

Ik heb hem wel geobserveerd als hij aan het spelen was en en ook op momenten dat hij goed stond. In een goede stelling was hij de rust zelve en straalde hij een serene beheersing uit: hij nipte bijvoorbeeld in alle kalmte van zijn koffie en straalde dan uit alles onder controle te hebben. Ik mocht dat graag zien en noemde dit tevreden nippen van hem, dit genieten van de positieve omstandigheden, de ‘Thomas-nip’. Als ik met Dick van Barneveld aan het snelschaken ben en Dick heeft zich weer eens danig in de nesten gewerkt, neem ik – om hem een beetje te jennen – een hoorbaar slurpje van mijn kopje thee en zeg dan zoiets als: tijd voor de ‘Thomas-nip’, als een metafoor om te tonen dat ik in de stelling niets te vrezen heb.

Ik zei tegen Thomas, dat als hij straks zijn plaats heeft gevonden bij een nieuwe club, we dan over een paar jaar maar eens een uitwisseling moeten doen: de schakers uit München naar Texel en het jaar daarop wij naar Duitsland. Dan zien we hem tenminste nog een keertje terug. Ik hoop werkelijk dat het hem in Duitsland zal bevallen. We zullen via de mail nog wel contact houden. Moge het hem goed gaan!