En Passant
2018/2019
 
Agenda
Clubnieuws
Andere jaren
 
Stand
Uitslagen/persoon
Uitslagen/speeldag
Wedstrijdentabel
 
NHSB 1e klasse A
NHSB viertallen A
Externe competitie
Bekerwedstrijden
 
Artikeltjes
Partijen
Historisch: EPPIE
 
Wedstrijdschema's
Login
 
Privacy Statement
2019-03-23
Bizarre ontknoping leidt tot degradatie…
 
2019-03-16
Olympische gedachte En Passant viertal
 
2019-03-02
En Passant temt Haarlems Witte Paard (inclusief partij Gerard)
 
2019-02-09
Caïssa-Eenhoorn maatje te groot voor En Passant viertal
 
2019-02-02
De Waagtoren te sterk voor En Passant
 
2018-12-29
Schaker Duijzer winnaar derde Vittali-toernooi
 
2018-12-18
Schaken als Frenkie de Jong
 
2018-12-15
En Passant Viertal afgedroogd
 
2018-12-08
En Passant verrassend winnaar in zinderende match tegen Aartswoud
 
2018-12-08
Het Achtste Wereldwonder
 
2018-11-24
Blindschaak of Sinterklaas?
 
2018-11-22
Thomas
 
2018-11-17
Nipte nederlaag voor schakers En Passant
 
2018-11-17
Thomas' Glorieuze Afscheid
 
2018-11-10
Half ei beter dan lege dop
 
2018-10-20
NHSB 1A: Castricum – En Passant
 
2018-09-30
En Passant speelt eerste wedstrijd gelijk
 
2018-09-29
Eerste klap een daalder waard
 
2018-09-25
Historische uitgaven clubblad En Passant
 
2018-09-22
40e Chrysantentoernooi (2)
 
2018-09-22
40e Chrysantentoernooi (1)
 
2018-09-14
I am the greatest!
 
2018-08-18
Bosboom wint op Texel
En Passant temt Haarlems Witte Paard (inclusief partij Gerard)
02-03-2019 - Jaap Dros
Het bondsteam van En Passant heeft zaterdagmiddag in de Buureton een uitstekende prestatie neergezet door het ijzersterke team van Het Witte Paard uit Haarlem op 4-4- te houden in de hoogste klasse van de Noord-Hollandse schaakbond. Met nog de wedstrijd tegen Caïssa uit Hoorn te gaan staan de Texelaars nu op een middenpositie in het klassement en hebben goede perspectieven zich in deze zware poule te handhaven.

Een tiental dagen voor de match stelde Jon van Dorsten voor Het Witte Paard met een tactische opstelling te lijf te gaan in de hoop nog enkele punten in deze zware match bijeen te rapen. Hij toonde zich bereid aan het eerste bord plaats te nemen en het openingsrepertoire van de sterke Haarlemse kopman Collin Boelhouwer te bestuderen. Ik vond het een goed idee, ook omdat Jon graag een sterkere schaker wil worden en ik denk dat dat ook beslist mogelijk is – denk bijvoorbeeld aan hoe hij op 25 maart koploper in de interne En Passantcompetitie Jaap de Wijk in een handomdraai van het bord mepte – maar hij moet dan wèl volop de mogelijkheid krijgen het tegen sterke schakers op te nemen. Ik zegde hem het eerste bord toe en Jon dook in het variantenwoud van het Siciliaans en maakte zich onder meer de geheimen van de zogenaamde ‘kalashnikov-variant eigen. Helaas kwam dat in hun treffen niet op het bord……

Ook had ik Gert Both, die eigenlijk alleen de En Passant-uitwedstrijden speelt, gevraagd en bereid gevonden voor deze loodzware confrontatie naar Texel te komen, maar een dag voor het treffen, belde hij mij op met de mededeling dat hij gevloerd was door een pijnlijke hamstringblessure en helaas niet naar het eiland kon komen. Op zoek naar een vervanger, probeerde ik de afgezwaaide Kees de Best nog een keer te strikken – hij is nog speelgerechtigd – via zijn antwoordapparaat en toen daar geen reactie op kwam probeerde ik het met Taeke van Lingen en Piet Bakelaar. Maar beiden konden niet spelen. Toen moest ik wel terugvallen op onze reporter Co van Heerwaarden en met de wetenschap dat Co aan een laag bord ook niet veel kans zou maken, leek het mij het beste dat Co (1480) dan maar gekoppeld moest worden aan HWP’s tweede man Indra Polak (2144). Misschien waren dat dan wel twee vrijwel zekere nullen, maar de krachten van de En Passant-toppers zouden dan bewaard blijven voor andere – overigens nauwelijks zwakkere – tegenstanders. Pal voor de match overlegde ik nog even met Rienk Sijbesma en Jan Willem Duijzer en zij schaarden zich achter het plan Jon en Co aan de topborden te plaatsen.

Rienk (2087) begon dus aan het derde bord achter zijn geliefde zwarte stukken en neutraliseerde de partijopzet van René Duchêne (2133) zonder echt in gevaar te komen. Na enkele stevige ruilacties stond een volkomen gelijke stelling op het bord. Het eindspel van ongelijke lopers met nog voor beide een gelijk aantal pionnen op het bord bood geen van beide schakers winstperspectief en werd snel remise gegeven ( ½ - ½).

En daar zat Jon (1576) dus tegen het Haarlemse kanon Collin Boelhouwer (2155) aan het topbord. Jon had zich voor deze partij had verdiept in het openingsrepertoire van Boelhouwer. Hij hoopte in de zogenaamde kalashnikov-variant van het Siciliaans terecht te komen, maar zag tot zijn teleurstelling dat Boelhouwer naar een ander systeem uitweek. In het middenspel ging het toen al snel mis; Boelhouwer overklaste Van Dorsten in het middenspel en veroverde beslissend materieel voordeel ( ½ – 1½ ).

Co van Heerwaarden (1480) deed het zeker niet slecht tegen de Haarlemse topspeler Indra Polak (2144). Hij kwam heel aardig door de opening, speelde rustig (!!) en bleef aanvankelijk goed overeind. Was het zelfoverschatting, lichtzinnigheid of gewoon een taxatiefout toen Co onnodig een kwaliteit prijs gaf? Het valt moeilijk te zeggen, maar hoewel Co het nog verbazingwekkend lang volhield, was het ratingverschil van zo’n 650 punten natuurlijk toch te groot ( ½ - 2½ ).

Joop Rommets (1947) bracht het tweede halve punt binnen door met de zwarte stukken te remiseren met Harry Lips (2031) . Met de witte stukken hield Lips de zwarte stukken weliswaar in toom, maar hij slaagde er toch niet in concreet in het voordeel te komen; Joop hield de boot netjes af, maar zag zelf ook geen kans om reële kansen naar zich toe te trekken. In deze partij bleef de stelling voortdurend in evenwicht en toen het materiaal wat was uitgedund kwamen de spelers remise overeen ( 1 - 3 ).

En Passant kreeg weer kansen op aansluiting toen Jan Willem Duijzer (2031) in een moordende stijl de sterke Max Merbis (2030) in een hevige koningsgaanval overrompelde. Jan Willem kwam zeer prettig uit de opening, kreeg de beschikking over belangrijk ruimtelijk voordeel op de koningsvleugel en het lukte Merbis niet tot enig tegenspel te komen. Bij eventuele afwikkelingen dreigde Merbis steeds via de h-lijn te worden opgerold. Merbis zei na de partij dat hij geen enkele kans had gehad. Een fraaie, gestroomlijnde overwinning voor JW! (2-3). Dick van Barneveld (1757) zette tegenstander Allard Ligteringen (1900) met de witte stukken flink onder druk en leek goede aanvalskansen te krijgen en toen Buk, Dick’s vrouw even een kijkje kwam nemen in de speelzaal fluisterde ik haar in het oor dat Dick vandaag goed op dreef was. Dat was misschien de goden verzoeken…. Hoe dan ook toen ik even later weer een kijkje bij Dick nam, stond hij plotseling een kwaliteit achter, waarvoor nauwelijks enige compensatie te zien was. Dick was dus ergens op dwaalwegen geraakt, waarna Ligteringen de partij netjes in zijn voordeel uit schoof ( 2 - 4 ).

Ikzelf (1880) profiteerde in de opening van een nonchalance van Peter Beertjens (2041) , die twee zetten in de opbouw verwisselde: in een Siciliaanse stand had hij eerst Dc7 moeten doen in plaats van onmiddellijk b7-b5. Nu ontstond er een ‘gat’ op c6 waar ik met mijn paard onmiddellijk indook. Vervolgens dacht ik bijna een half uur na over een spectaculair stukkoffer op b5, waar ik in ieder geval drie pionnen voor zou krijgen, maar toch kreeg ik de positie die dan zou ontstaan niet scherp op mijn netvlies en derhalve zag ik maar van het offer van af en besloot tot een min of meer geforceerde afwikkeling naar een prettig eindspel. Met nauwkeurig spel bouwde ik het voordeel uit, won een pion en greep tenslotte de winst. Na de partij zei Beertjens tot mijn stomme verbazing dat hij duidelijk beter had gestaan. Een onbegrijpelijke opmerking, omdat hij de hele partij niets anders kon doen dan zich verdedigen waarbij hij gaandeweg steeds meer de grip op de stelling verloor ( 3 - 4 ).

De beslissing moest dus vallen in de partij Enno Noordhoff( 2027) -Gerard Postma (1718). Gerard had het tegen de sterke Noordhoff niet gemakkelijk. Langzaam werd hij naar een mindere positie geschoven, maar de genadeklap van Noordhoff bleef uit, hoewel hij een royale keuze had uit winnende zetten, volgens Gerard. Uit alle mogelijkheden koos Noordhoff een ongelukkige waarna Gerard’s stand weer tot leven kwam. Nu heeft hij al al vaker ‘zware jongens’ te pakken genomen en ook ditmaal wist hij met enig geluk overeind te blijven. In de tijdnoodfase stelde Gerard Noordhoff steeds voor nieuwe, kleine problemen. Ondertussen steeds een dreigend mat op de onderste rij afwendend. Inmiddels had iedereen zich om het bord verzameld en plotseling ging er een golf van ongeloof en vreugde bij de En Passanters door de Buureton, terwijl de Haarlemmers tegelijkertijd ineenkrompen van ellende toen Noordhoff in tijdnood een blunder beging en daarna meteen opgaf. Gerard incasseerde het volle punt en daarmee ook een matchpunt (4-4). De En Passantschakers konden in euforische stemming de match afsluiten met dit onverwachte, maar zeker verdiende gelijke spel.

Eindstand: En Passant – Het Witte Paard (Haarlem) : 4-4

Gerard Postma speelt prima partij
Nadat ik een uitgebreid verslag had geschreven over ons gelijkspel tegen Het Witte Paard uit Haarlem reageerde Jan Willem Duijzer met de opmerking dat volgens hem ik niet geheel juist geïnformeerd was door Gerard over zijn partij. Ik schreef dat Noordhoff ‘een royale keus had uit winnende zetten’ maar uiteindelijk een ‘ongelukkige’ voortzetting koos die Gerard terug bracht in de strijd. Jan Willem liet mij weten, dat die ‘winnende zetten’ er niet echt waren. Integendeel, Gerard speelde volgens hem een uitstekende partij waar een 2000+speler trots op zou mogen zijn.

Nu had ik die partij helaas nauwelijks kunnen volgen omdat ook mijn partij pas vlak voor Gerards zege af was. ‘Hoe is het mogelijk!’, riepen een paar Haarlemmers, ‘Enno stond glad gewonnen.’ Gerard zei na afloop van zijn partij nog dat hij vooral wilde dat de tijdnood van Noordhoff nijpender zou blijven dan de zijne en dat Noordhoff een paar veel sterkere of winnende zetten miste en vervolgens met een mindere zet op de proppen kwam om uiteindelijk met zijn blunder te eindigen.

Mijn verhaal was gebaseerd op wat ik van Gerard vernam en wellicht nog een beetje op de reactie van hierboven geciteerde Haarlemmers.

Inmiddels hebben de zetten van Gerards partij mij bereikt en heb ik de partij kunnen naspelen. Zeker is wel dat dat ‘glad gewonnen’ wat onder meer Max Merbis tegen mij zei – ik vroeg nog even door met het oog op het te maken verslag - zwaar overdreven was. Maar omdat ook Gerard met zijn bewoordingen bij mij de indruk had gewekt dat hij ontsnapt was, kwam ik dus tot de formuleringen in mijn verslag.

Het lijkt me het beste die partij dan maar in zijn geheel op de site te zetten zodat iedereen hem kan naspelen en zijn eigen oordeel kan vellen. Ik deel de mening van Jan Willem dat Gerard een prima pot heeft gespeeld en dat mede dankzij zijn koelbloedigheid in de tijdnoodfase En Passant een matchpunt binnen sleepte. Deze keer gelukkig geen gedonder met onbekende, lompe wedstrijdleiders, maar de wedstrijdleider dat was ik natuurlijk zelf…..

Hieronder de partij (Naspelen: klik hier of op de stelling):

Partij E. Noordhoff (2027) – G. Postma (1714) uit de match En Passant – Het Witte Paard 2-3-2019

Schots

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. d4 ed4: 4. Pd4: Pf6 5. Pc6: bc6: 6. e5 (een oude variant die ooit werd aanbevolen door de Mieses en later door Kopajev zo leert mij het openingenboek van Suetin. Gerard doet nu de beste voortzetting) 6…….De7
7. De2 Pd5 8. c4 (tot een ongeveer gelijke stelling leidt 8. Pd2. 8. Ld2 9. Lb7 Pc3 lijkt ook een reële optie) 8……Pb6 (bekend in deze stand is ook 8…..La6 9. Pd2 Pf4! Misschien staat het paard niet echt gelukkig op b6) 9. Pc3 De6 ( om ruimte te maken voor de koningsloper) 10. Ld2 Le7 11. De4 ( ook wit wil graag zijn koningsloper in het spel brengen; toch lijkt het veld e4 voorbestemd voor Pc3) 11……..Lb7 12. f4 d5
13. ed6: De4:+ 14. Pe4: cd6: 15. Lc3 0-0 16. 0-0-0 d5 17. Pg3 Tfe8 18. Ph5 Lf8
19. Td3 Pd7 ( Gerard laat weten dat Stockfish hier ….Te6 als beter geeft, maar hij die zet niet deed, omdat hij de opmars van de f-pion vreesde) 20. Tg3 ( een betere mogelijkheid voor wit is hier …..Lg7: waarna wit na Lg7: zin stuk terugwint met Tg3. Wit staat wel beter, maar als de Witte Paarden deze stelling bedoelen met ‘glad gewonnen’ dan is dat inderdaad overtrokken) 20….. g6 21 cd5: Lh6! ( een pionoffer om tot actief spel te raken. Zwart creëert zo ook de mogelijkheid om een keer Kf8 te spelen waarna het paard op h5 tot een verklaring wordt gedwongen) 22. dc6: Lc6: 23. Lc4 a5 (past in het plan de koning naar f8 te spelen; dat ging nog niet wegens Lb4+ en zwart moet weer terug) 24. Tf1 Kf8
25. Pf6 Pf6: 26. Lf6: Te4! (Actieve verdediging; zwart komt los) 27. Tc3 Tf4: 28. Kc2 Le4+ 29. Kb3 Tf1: 30. Lf1: Ld2
31. Tc7 Tb8+ 32. Kc4 Lf4 ( volgens Stockfish is …..Tb4+ nog sterker) 33. Td7 Lh2: ( ‘men neme’ zegt het kookboek) 34. Kd4 Lf5 35. Ta7?? ( een blunder in tijdnood) 35…… Lg1+ Wit geeft op: 0-1

De schakers van het Witte Paard mogen dan zeer sterk zijn, op hun stellingsoordelen valt nogal wat af te dingen , want ook mijn tegenstander Peter Beerens beweerde na afloop dat hij beter stond, wat zeker ook niet waar is) . Mij leert het nooit meer af te gaan op een oordeel zonder de partij te kennen. Wellicht voelde Gerard meer gevaar dan er feitelijk was. En ik denk dat Jan Willem gelijk heeft als hij stelt dat Gerard met deze pot een prima prestatie heeft geleverd.
Waarvan akte!