En Passant
2018/2019
 
Agenda
Clubnieuws
Andere jaren
 
Stand
Uitslagen/persoon
Uitslagen/speeldag
Wedstrijdentabel
 
NHSB 1e klasse A
Externe competitie
Bekerwedstrijden
 
Artikeltjes
Partijen
Historisch: EPPIE
 
Wedstrijdschema's
Login
 
Privacy Statement
2018-09-30
En Passant speelt eerste wedstrijd gelijk
 
2018-09-29
Eerste klap een daalder waard
 
2018-09-25
Historische uitgaven clubblad En Passant
 
2018-09-22
40e Chrysantentoernooi (2)
 
2018-09-22
40e Chrysantentoernooi (1)
 
2018-09-14
I am the greatest!
 
2018-08-18
Bosboom wint op Texel
40e Chrysantentoernooi (2)
22-09-2018 - Thomas Richter
Peelen ontsnapt aan Richter en wint dan Chrysantentoernooi

Let op: Ik zei “ontsnapt aan”, niet “ontsnapt tegen” …. . Bij een toernooi met Zwitsers systeem is de indeling van de eerste ronde gekoppeld aan ratings, en dus ‘in principe’ bekend zodra het deelnemersveld bekend is. Het Chrysantentoernooi was dit jaar helemaal volgeboekt, eigenlijk weet je dan van tevoren wie je in de eerste ronde krijgt – in mijn geval Piet Peelen. Vorig jaar ook het geval maar dan kwamen enkele deelnemers niet opdagen, nu hetzelfde verhaal. 2017 had een IM pas vrijdag avond ontdekt dat Heerhugowaard 2½ uur reistijd betekent en vond dit te veel en te vroeg, hij stuurde wel afbericht. Nu verscheen GM Viesturs Meijers uit Letland niet – zonder afbericht.

Eerst over mijn toernooi, dan over Peelen en nog een broodschaker. Reistijd had ik al, ik ging deze keer met OV en ontdekte pas vrijdag avond dat de reis een half uur langer zal duren door werkzaamheden tussen Den Helder en Schagen met vervangend busvervoer. Voor de zekerheid een SMS gestuurd dat ik misschien de eerste ronde zal missen, “ga mij gewoon indelen”. Maar uiteindelijk was ik per bus, boot, bus (naar station), bus, trein en dan nog ca. 20 minuten lopen op tijd, en het begin van het toernooi liep ook wat vertraging op.

Ronde 1: IM Slingerland (2346) – Richter (1956) 1-0

Vlak voor de ronde zei ik tegen Piet Peelen “wij zitten dus naast elkaar, en toch niet tegenover elkaar”. Het laatste was stand van zaken vrijdag avond nadat Manuel Bosboom op de valreep had ingeschreven, ook twee andere IMs (een Rus en een Pool) stonden plotseling op de deelnemerslijst. Uiteindelijk kreeg ik, net als vorig jaar, die speler voorgeschoteld die ik in eerste instantie had bekeken, maar ik kwam niet verder dan “hij speelt 1.e4” – dit had achteraf gezien beter gekund, want Fred Slingerland is vrij voorspelbaar, de stand na 17 zetten in een Siciliaan had hij al eerder … en toen ging het mis (voor mij) en hij maakte het mooi af:

1.e4 c5 2.Pf3 e6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pc6 5.Pc3 Dc7 6.Le2 a6 7.Le3 Pf6 8.0-0 Le7 9.f4 d6 10.Kh1 0-0 11.De1 b5 12.a3 Lb7 13.Lf3 Pxd4 14.Lxd4 e5 15.fxe5 dxe5 16.Dg3 Ld6 17.Le3 Tfe8 (17.-Kh8 is gebruikelijk, wist ik “in principe”) 18.Lh6 Lf8 19.Lg5 Pd7 20.Tad1 f6? (pas dit is echt fout) 21.Lg4! Pc5 22.Lxf6! Pxe4 (22.-gxf6 23.Le6+ Kh8 24.Dg8#) 23.Pxe4 Lxe4 24.Td7 Dc6 25.Txg7+! Lxg7 26.Le6+ Dxe6 27.Dxg7#

“Je kunt altijd nog vechten” niet van toepassing, zo kon ik aan andere borden kijken. Maaike Keetman hield aan bord 1 lang stand tegen GM van den Doel en verloor uiteindelijk, Piet Peelen was ook lang bezig en won tenslotte. Manuel Bosboom zei later dat ik goed stond, maar hij kon slechts eventjes van twee borden verder kijken. Op de 17de zet was het bekend en gelijk, wellicht heeft hij hier liever zwart – dit is dan kwestie van smaak.

Ronde 2: Richter – Maaike Keetman (2079) 0-1

Tot mijn verbazing kreeg ik wederom een sterke tegenstandster – Maaike Keetman had al ongeveer 2200 en kon later tegen IM Alienkin en GM Jonkman remise houden, maar door slechte toernooien de laatste tijd ging haar rating omlaag. De partij begon met 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2 Le7!? 4.e5!? c5 5.c3 Db6 6.Dg4 Kf8!? – dit mag in het Frans, later h7-h5 en heel geleidelijk kunstmatig rokeren. Wit heeft nauwelijks aanknopingspunten, in principe dreigt ook g7-g5 met initiatief op de koningsvleugel en mijn dame komt wellicht in de problemen. Zij kende dit waarschijnlijk, ik moest vanaf de vierde zet improviseren en stond dus ook steeds achter op de klok.

Wederzijds ‘vreemde’ manoeuvres kan ik echt niet reconstrueren. Gerard Postma keek in de laatste fase toen ik met pion- en tijdelijk kwaliteitsoffer probeerde haar koning toch te pakken, het zag misschien mooi dreigend uit maar leverde niks op. Met nog zo’n 30 seconden voor mij en 2 minuten voor haar (plus 5 bonusseconden per zet) kantelde de partij, laatste zet was –Dxg2# (dame door toren op de tweede rij verdedigt). Deze toren stond op h8 heel lang niks te doen, ging naar h5 (anders had ik met haar koning nu op g6 Dg5+) en weer terug en kon dan beslissend ingrijpen …. . Ik had hem kunnen afruilen met nog een ongeveer gelijk dameneindspel, achteraf gezien beter.

Gerard zei vervolgens “jammer, je had een gevaarlijke aanval” – maar Maaike was het hiermee oneens en heeft zeker gelijk. Zij, vaak vrolijk, was tamelijk kort door de bocht: “Het was erg onduidelijk” en dan liep zij weg – eerder opgelucht dan blij of trots? Zoals Gerard zei “meteen opladen voor de volgende ronde”, want deze keer speelden wij een van de langste partijen.

Ronde 3: Roel Bakker (1800) – Richter ½-½

Nu dus de op papier zwakste tegenstander, nummer 30 van 30. Maar ik wist dat je Roel Bakker in elk geval niet moet onderschatten, in dezelfde zaal speelden wij vorig jaar bij het Jubileumtoernooi van SV Heerhugowaard een boeiend remise en vervolgens won hij het toernooi. In een Grünfeld ging het, een zet buiten de theorie, meteen mis voor mij. Ik kwam een pion achter en moest vanaf hier proberen verwarring te stichten, wat redelijk lukte. Vlak voor het einde doe ik –Txf3, na gxf3 word het misschien eeuwig schaak, misschien ook niet. Tot mijn verbazing geeft hij met nog seconden op de klok zelf eeuwig schaak! Ik had nog enkele minuten, sneller spelen dan hij was deel van mijn aanpak. Manuel Bosboom zei later dat ik vaak te snel speelde, lastig hoe je de ongebruikelijke bedenktijd (18 minuten plus 5 seconden per zet) moet indelen.

Later zei iemand dat Roel dacht hij was ontsnapt!? Zo kan je een partij dus heel verschillend beoordelen?!

Ronde 4: Richter – Rob Spaans (1841) 0-1

Deze keer ging het in de opening he-le-maal mis: 1.e4 g6 2.d4 Lg7 3.Pc3 c5!? (kreeg ik ook van Jaap Dros in de clubcompetitie voorgeschoteld, toen stond ik volgens Stockfish veel beter maar het werd uiteindelijk remise) 4.d5 d6 5.f4?! (hier misschien “te erg”, tegen Jaap deed ik 5.Pf3) 5.-Pf6 6.Pf3 0-0 7.Le3 (of is pas dit fout?) 7.-b5 8.e5 (geen keuze?) 8.-Pg4 9.Lg1 b4 10.Se4 dxe5 enz. – later stond ik met koning in het midden twee of drie pionnen achter en had genoeg gezien.

½/4 dus, nog was 50% haalbaar … .

Ronde 5: Richard van Diepen (1893) – Richter 0-1

Weer een bekende tegenstander, vorig jaar in de bondscompetitie ontsnapte ik met remise omdat hij een pionneneindspel verkeerd inschatte (ik ook). Op dit moment had hij 0/4, voor de ronde hadden zij het over ratingprijzen, hij: “is er ook een poedelprijs?”.

Ik won een kwaliteit en kon het, in tegenstelling tot “Mat op ’t Wad”, deze keer afmaken – wederom misschien niet geheel zuiver, maar hij was zo vriendelijk mij nog een stuk kadeau te geven. Richard bleef de poedel met uiteindelijk 0/7, ondanks het feit dat hij naar eigen zeggen ook soms beter/gewonnen stond. Ik mocht bord 15 weer verlaten.

Ronde 6: Richter – Kasper van der Meulen (1806) 1-0

Dit begon met 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.d4!? (spontane keuze, geen Berlijnse muur of anti-Berlijnse Spaans) 3.-exd4 4.Pxd4 Dh4!? – oops! Ik wist dat dit eigenlijk dubieus is, maar niet hoe je het met wit moet aanpakken. Pionverlies is onvermijdelijk, krijg ik compensatie? Ik dacht niet genoeg maar bleef doorgaan, en op een rare manier kreeg ik later een pionneneindspel met drie meerpionnen. Alle zwak, twee geef ik terug en had nog toren, c- en f-pion tegen toren en f-pion. Dit bleek met afgesneden zwarte koning vrij simpel gewonnen.

2½/6 dus, met een overwinning in de laatste ronde wellicht toch nog de (gedeelde) ratingprijs?

Ronde 7: Richter – Frank Agter (2219) 0-1

Het viel mee dat ik nog een keer wit had, het viel tegen dat ik een sterke tegenstander had (hoewel met slecht toernooi). En het werd een vreemde partij: 1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 3.Pxe5 d6 4.Pf3 Pxe4 5.d4 d5 6.Ld3 Pc6 7.c4 (7.0-0 is gebruikelijk) 7.-Lb4+ (oops!) 8.Pbd2 Lg4 9.cxd5 Dxd5 10.0-0 Pxd2 11.Te1+ (tussenzetje) 11.-Kf8 (na lang nadenken de volgens engines beste zet) 12.Lxd2 Lxd2 13.Le4 (weer een tussenzet) 13.-Dxd4? (13.-Lxf3 met stukwinst!) 14.Pxd4 Lxd1 15.Texd1 Pxd4 16.Txd2 c5 17.Lxb7 Td8 18.Kf1 enzover – hij dacht waarschijnlijk ook hier een stuk te winnen, maar dit is niet het geval en het eindspel is onduidelijk.

Wij speelden door met dan deze stand :

Wit aan zet, wat doen? Na 1.Kd2 krijgt hij niet meer dan toren en paard tegen toren, zal hij dit nog proberen te winnen? Maar ik deed 1.b5? Pe3+ (oops, niet gezien) 2.Kb2 (valt het mee?) 2.-Tf3! (weer na lang nadenken de beste zet, 2.-Pxf1 3.b6 is gelijk) 3.b6 (3.Ld3 g3 verliest ook) 3.-Tf2+! (ook dit moet, 3.-Txf1 4.b7 wederom remise) 4.Ka3 Txf1 5.Ta4 (5.b7 Tb1 werkt nu ook niet) 5.-Tb1 6.Tb4 Pc2+ 0-1 (6.-Txb4 7.Kxb4 Pd5+ 8.Kb5 Pxb6! 9.Kxb6 g3 won ook).

Ik vroeg hem na afloop “had dit gemoeten?”. Antwoord: “Nee” – maar wij hadden beide niet door dat zwart veel vroeger kon winnen.

Dit was dus mijn toernooi, nog even over andere spelers. Piet Peelen won met 6½/7 en had naar eigen zeggen enige mazzel: Van Bosboom kreeg hij een stuk kadeau, en in de laatste ronde heeft de Rus IM Alienkin een remisestand met voor hem meerpion op een bijzonder absurde manier verloren (hij wilde zeker per se winnen), anders had Peelen de eerste plek met Elo-koploper GM van den Doel gedeeld. Gezien had ik het slot van deze partij, zijn erg fraaie overwinning tegen de jonge IM Vrolijk, en de laatste fase tegen Erik van den Doel. Met wederzijds nog ongeveer een minute hebben beide om en om remise geweigerd, dan het derde remiseaanbod en puntendeling.

Manuel Bosboom verloor drie partijen – tegen van den Doel, Peelen en in de laatste ronde Pieter Hopman (bij Mat op ’t Wad nog remise nadat beide in de vluggerfase een hele toren lieten instaan). Hij dacht met 4/7 geen prijzengeld te halen en stapte meteen op de fiets terug naar Zaandam. Feitelijk had hij met de meeste weerstandspunten van negen spelers met 4/7 nog de zesde en laatste prijs – eerste vijf plekken allemaal ongedeeld (Peelen 6½/7, van den Doel 6, Vrolijk 5½, Hopman 5, Jonkman 4½). De Rus Alienkin was ook al weg, blijkbaar richting België waar hij clubcompetitie speeld, dus kreeg Fred Slingerland nog wat prijzengeld.

Daarachter Maaike Keetman met ratingprijs Elo onder 2250, en nog een succes voor de schaakfamilie: Dennis Keetman had mijn rol van vorig jaar, wel nog overtuigender: 0/3 tegen IMs (Bosboom, Alienkin en Slingerland), wel verder 2½/3 tegen Elo 2200+ en winst van Roel Bakker.

Qua sfeer vond ik het minder dan vorig jaar, daar zijn een aantal redenen voor: Voor mij persooonlijk was het voor mij het eerste soortgelijke toernooi sinds jaren, en het resultaat viel (reuze) mee – toen zat het, vooral bij de overwinningen tegen Marc Helder en Enrico van Egmond, mee, nu zat het misschien soms tegen. Verder kon je, hoewel je natuurlijk vooral binnen bent, tijdens pauzes van een zonnetje buiten genieten. En het was voor mij leuk om de Duitse IM Ilja Schneider te ontmoeten, Mariska de Mie en Marc Helder waren (op verschillende manieren) ook positief sfeerbepalend, alle drie deze keer afwezig.